FAVORIET OP VRIJDAG - WEEK 33

Ja hallo! Daar ben ik weer! En ik moet zeggen: ik heb het gemist, het bloggen. En een aantal van jullie misten mij blijkbaar ook, want ik kreeg de afgelopen maanden geregeld de vraag wanneer ik nou toch ein-de-lijk weer eens zou doorkomen met mijn Friday Favorites. Van mensen die ermee in slaap vielen in de nacht van vrijdag op zaterdag, tot vrienden die ermee wakker werden onder het genot van een kopje koffie op de zaterdagochtend. Maar ook van mensen die ik persoonlijk niet ken, alleen via social media. Nou heb ik geen last van mijn ego, maar dat doet een mens toch goed.

Natuurlijk was er een reden voor die radiostilte. Als je me al wat langer volgt of persoonlijk kent, dan weet je dat de afgelopen maanden behoorlijk pittig waren. Mijn vader – mijn grote held, mijn maatje – is namelijk ziek. Ernstig ziek. En dat slokte niet alleen een groot deel van mijn tijd en energie op (tijd en energie die ik met liefde besteed) maar nouja – de sfeer zat er niet helemaal in zullen we maar zeggen.


Ga maar even zitten

De chemobehandelingen waar we samen naartoe gingen, de gesprekken met de oncoloog die soms droevig, soms hoopvol stemden, de bezoekjes aan het zorghotel in Zoetermeer: het was allemaal ongelofelijk waardevol. Maar als je op vrijdagmiddag nog ontroostbaar staat te snikken bij de ziekenhuisapotheek na wéér een slecht-nieuwsgesprek ("ga maar even zitten mevrouw, wilt u een glaasje water?") dan heb je niet zo'n zin om diezelfde avond nog onbekommerd een vrolijk verhaal te schrijven over die ene geweldige podcast, dat leuke boetiekje om de hoek, of die tranentrekkend lekkere cheesecake (wel een aanrader overigens). Die tranen vloeiden wel, maar dan om andere redenen.


Maar nu is er even rust. Een impasse. We nemen het van dag tot dag ('nu-menten' in plaats van mo-menten noemt mijn moeder dat) en zo langzamerhand krijg ik er weer zin in. Om te schrijven. Om mijn blik wat meer naar buiten te richten, om te genieten van de kleine dingen, om te koesteren wat er is en er hopelijk nog wel even zal zijn.

Daddy Cool

Mijn Marokkaanse mattie

En ik héb me een partijtje gekoesterd de laatste tijd. Mijn vrienden, die me een hart onder de riem staken met lieve kaartjes, opbeurende berichtjes en zelfgemaakte koekjes in de brievenbus: die koester ik. Mijn beste vriendinnetje Tessa die naar me luisterde en ontroerd haar armen om me heen sloeg als ik moest huilen: haar koester ik. Mijn liefje, de lange Griek met zijn woeste krullen die mijn laptop dichtklapte, me in bed stopte en thee zette als ik te vermoeid werd; good old Willem, mijn BFF die me altijd aan het lachen maakt (en ik hem): deze belangrijke mannen in mijn leven koester ik. De mensen van het zorghotel in Zoetermeer, die zo zorgzaam en lief waren voor papa: die koester ik. Mijn Marokkaanse mattie van de groentestal op de Ten Kate markt die me altijd prinses noemt, en laatst een arm om me heen sloeg omdat hij zag dat ik er doorheen zat: hem koester ik.


Met je vader naar de Rotaryclub

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Mijn neefje wiens moeder – het jongste zusje van mijn vader – met dezelfde ziekte kampt: die koester ik ook. En dat zegt wat, want vroeger was het een rotzakje die iedereen te pas en te onpas beet – mijn vader heeft nog een litteken in zijn bovenarm. Het is een wijze, originele en knappe kerel geworden (dat zijn de genen vermoed ik). De oudste zus van mijn vader, dik in de tachtig inmiddels, die me belt en zegt: "Ik wou dat ik het leed van mijn broertje en zusje kon overnemen, want het klopt gewoon niet. De jongeren mogen niet eerder gaan dan de ouderen": die koester ik. Veertje, mijn tante die gespecialiseerd is in rouwverwerking, die prachtige filmpjes en inzichten met me deelt en zegt: "Je hoeft er verder niet op te reageren." Haar koester ik. Een doordeweekse dinsdag waarop ik met papa naar een Rotary-bijeenkomst ging en de ruimte oplichtte toen we samen binnenkwamen: die momenten koester ik.

"Three things in human life are important. The first is to be kind. The second is to be kind. And the third is to be kind." — Henry James

Als er één term is waarmee ik de afgelopen maanden zou moeten omschrijven is het 'human kindness'. En dan heb ik het niet alleen over mijn persoonlijke situatie. De wereld mag in brand staan, maar er zullen altijd mensen zijn die het leed verzachten. Die belangeloos hulp bieden aan mensen die het nodig hebben. Die je aan het lachen maken door je tranen heen, en zonder woorden een arm om je heen slaan. Massaal bloemen neerleggen op de plek waar iemand is neergeschoten. Koffie en broodjes kroket aanbieden wanneer je huis is overstroomd. Hun armen uitreiken wanneer moeders hun baby's uit pure paniek over een hek doorgeven, omdat ze in godsnaam dan misschien nog een veilige toekomst hebben.


Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken

In plaats van mijn 5 favorieten van de week, deel ik dit keer mijn favoriete gedichtje van – wie anders – Toon Hermans. Ooit doorgestuurd gekregen van Willem, en ik blijf het prachtig mooi vinden. Omdat ik de mensen waarover Toon spreekt ken. Herken. Ik weet nog even niet of ik wekelijks terugkom de komende tijd. Dat laat ik van het nu-ment afhangen. Ondertussen: dank pap, dank trouwe lezers, dank vrienden en vriendinnen, dank mijn liefje, dank dat jullie me steeds hebben aangemoedigd te blijven schrijven. Zo, dat lucht op.

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken,

voordat de wereld verregent.

Mensen die zomervliegers oplaten als het ijzig wintert,

en die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken.


Die mensen moeten er zijn.


Er moeten mensen zijn die aan de uitgang van het kerkhof ijsjes verkopen,

en op de puinhopen mondharmonica spelen.


Er moeten mensen zijn, die op hun stoelen gaan staan,

om sterren op te hangen in de mist.

Die lente maken van gevallen bladeren, en van gevallen schaduw, licht.


Er moeten mensen zijn, die ons verwarmen

en die in een wolkeloze hemel toch in de wolken zijn.

Zó hoog.

Ze springen touwtje langs de regenboog als iemand heeft gezegd:

kom maar in mijn armen.


Bij dat soort mensen wil ik horen.

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen

ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan.


Er moeten mensen zijn die op het grijze asfalt

in grote witte letters LIEFDE verven.


Mensen die namen kerven in een boom vol rijpe vruchten

omdat er zoveel anderen zijn die voor de vlinders vluchten

en stenen gooien naar het eerste lenteblauw

omdat ze bang zijn voor de bloemen

en bang zijn voor: ik hou van jou.


Ja, er moeten mensen zijn

met tranen als zilveren kralen

die stralen in het donker

en de morgen groeten

als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten.


Weet je,

er moeten mensen zijn, die bellen blazen

en weten van geen tijd

die zich kinderlijk verbazen

over iets wat barst van mooiigheid.

Ze roepen van de daken dat er liefde is, en wonder.

Als al die anderen schreeuwen: alles heeft geen zin, dan blijven zij roepen:

nee, de wereld gaat niet onder

en zij zien in ieder einde weer een nieuw begin.


Zij zijn een beetje clown,

eerst het hart

en dan het verstand

en ze schrijven met hun paraplu

I love you in het zand

omdat ze zo gigantisch

in het leven opgaan

en vallen

en vallen

en vallen

en OPSTAAN


Bij dát soort mensen wil ik horen.

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen,

ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan.


De muziek gaat DOOR

de muziek gaat DOOR

en DOOR.


– Toon Hermans –



310 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven